Technoventure

Uitvinding in Bedrijf

Bestaat mijn idee al?

Bestaat mijn idee al? Voordat je besluit naar een octrooigemachtigde te stappen om een patent aan te vragen is het verstandig om eerst eens te kijken of jouw idee al bestaat. Een hele goede reden hiervoor is dat nieuwheid één van de vier eisen is waaraan een uitvinding moet voldoen om gepatenteerd te kunnen worden. Dit is een absolute eis. Als de vinding niet nieuw meer is kan er geen patent op worden verleend.

Een tweede reden is dat een nieuwheidsonderzoek kan voorkomen dat je een uitvinding verder gaat ontwikkelen tot een product, maar dat het product al gepatenteerd en op de markt is zonder dat je het wist. In dat geval maak je - zoals dat heet - inbreuk op het patent van iemand anders. En dat is strafbaar. Ook al ga je zelf geen patent aanvragen op je idee (je hebt er niet aan gedacht, je hebt er geen zin in, of je vindt het te duur), dan is het nog steeds strafbaar om te proberen met een product, waar iemand anders een patent op heeft, geld te verdienen. De andere partij kan je dan, met het patent in de hand, voor de rechter slepen, eisen dat jouw product van de markt wordt gehaald en bovendien een schadevergoeding toegewezen krijgen. Kortom, nagaan of jouw idee al bestaat en gepatenteerd is kan voorkomen dat je onnodig veel geld en tijd investeert in een reeds bestaande en gepatenteerde uitvinding en je er ook nog eens voor gestrafd wordt.

Espacenet

Waar kun je vinden of je idee al bestaat? Om uit te zoeken of het idee al bestaat kun je zoeken in een online databank, Espacenet geheten (www.espacenet.com). In deze databank zijn de beschrijvingen van tientallen miljoenen gepubliceerde octrooien opgeslagen en je kunt er zelf in zoeken. Bovendien kun je de octrooibeschrijvingen als PDF downloaden en de tekst zo nog eens rustig nalezen. Op deze wijze kun je vrij snel een indruk krijgen of iemand al heeft bedacht wat jij hebt bedacht en het heeft vastgelegd in een octrooi. Vergis je echter niet, als je denkt dat jouw vinding al lang bestaat is het heel wel mogelijk dat een octrooigemachtigde nog goede mogelijkheden ziet om bepaalde aspecten ervan te beschermen door middel van een octrooi. Het is daarom verstandig om je uitvinding samen met hetgeen je hebt gevonden in Espacenet voor te leggen aan een octrooigemachtigde.

Online zoeken in Octrooidatabanken

Het zoeken in online databanken of er al een octrooi bestaat voor jouw uitvinding wordt ook wel het nieuwheidsonderzoek genoemd (in het Engels: prior art search). Een uitvinding moet immers nieuw zijn om er octrooi op te kunnen verkrijgen. Wanneer je zelf gaat zoeken in Espacenet kan je een snelle indruk krijgen of jouw idee niet al bestaat en of er patent op is verleend. Als je binnen een paar minuten al een reeks patenten vindt die niet alleen over hetzelfde onderwerp gaan maar ook (ogenschijnlijk) jouw uitvinding nauwkeurig beschrijven kan het wel eens lastig worden. Echter, wanneer je niets vindt hoeft dat ook nog niets te betekenen want het grondig doorspitten van de databank is specialistenwerk. Er zijn een aantal manieren om deze specialisten in te schakelen.

  1. Je raadpleegt een informatieanalist met de vraag bestaat mijn idee al? Dit zijn speciaal opgeleide deskundigen die niet alleen toegang hebben tot Espacenet maar vaak ook tot meer specialistische databanken waarvoor een abonnement vereist is. Ook deze mensen moeten per uur worden betaald voor het zoeken en rangschikken van de gevonden informatie. Het is verstandig om met de informatieanalist af te spreken dat hij of zij eerst een beperkte search doet en dat even naar je terugkoppelt om te bepalen of hij op de goede weg is. Ook als er heel veel of juist heel weinig te vinden is kan verder zoeken overbodig zijn of er moet in een andere richting gezocht worden. Deze werkwijze voorkomt dat er tijdens het zoeken onnodig de verkeerde weg worden ingeslagen met hoge kosten en frustratie tot gevolg. Het is ook verstandig om een maximaal bedrag af te spreken waarvoor gezocht mag worden.
  2. Je maakt een afspraak met een adviseur van het Nederlands Octrooicentrum. Zij werken samen met adviseurs van Syntens en kunnen een zogenaamd oriënterend onderzoek doen. Dit onderzoek bevat geen harde conclusies over nieuwheid of inventiviteit maar geeft wel inzicht in de stand der techniek en welke partijen al actief zijn in de markt.
  3. De vraag "bestaat mijn idee al?" kun je ook neerleggen bij je octrooigemachtigde. Deze kunnen immers ook voor je zoeken, maar dat is vaak relatief duur omdat de uren van een gemachtigde nu eenmaal duur zijn. Je kunt ook eerst zelf even kijken en zoeken. Het voordeel van het zoeken van een gemachtigde is wel dat hij of zij zich niet meer helemaal in het onderwerp hoeft te verdiepen als de octrooiaanvraag daadwerkelijk geschreven gaat worden.
  4. Relatief nieuw is het laten uitvoeren van het nieuwheidsonderzoek in landen waar arbeid niet zoveel kost, zoals India. Over de voor- en nadelen hiervan zijn de meningen verdeeld. Inderdaad, zoeken is zoeken en een search laten uitvoeren in India is vaak goedkoper het laten doen in Europa (wat natuurlijk aan het lagere uurtarief ligt). Echter, het rapport bestaat niet zelden alleen uit een lijst met nummers van relevante octrooien. Ook in dat geval zul je zelf alle gevonden octrooien moeten downloaden, lezen en beoordelen of ze voor jou van belang zijn.

Pas wel op dat je met deze externe specialisten niet de vereiste nieuwheid van je vinding in gevaar brengt. Werk daarom zo mogelijk altijd met een geheimhoudingsverklaring.

Zoeken naar concurrenten en inspiratie

Naast het bepalen of je uitvinding wel nieuw is kun je de octrooidatabank natuurlijk ook gebruiken als informatiebron om te bepalen wie je concurrenten zijn. Immers, de enorme hoeveelheid van gegevens die nauwkeurig en gedetailleerd zijn opgeslagen zoals namen van uitvinders, de namen van de aanvragende partij (je concurrent!) en een gedetailleerde technische beschrijving, stellen je in staat om te zien wie op welke uitvinding de rechten heeft en hoe die uitvinding werkt. Hiermee kun je ook je voordeel doen in de fase dat je nog aan het ontwikkelen en knutselen bent met je uitvinding. Zelfs al in de conceptfase. Als je ziet dat een bepaalde oplossing voor een technisch probleem al bestaat, en dat er patent op is verleend, kun je nog stoppen of een andere weg inslaan door iets anders verzinnen. Zo kun je de databank ook als inspiratiebron gebruiken.

Wat ook interessant is: veel van de beschreven patenten zijn niet verleend in Nederland of zijn hier niet in stand gehouden. De reden hiervoor is vaak het feit dat Nederland nogal eens een te kleine markt is om interessant te zijn. Veel buitenlandse partijen (en ook Nederlandse) kiezen alleen de grote landen (en dus de grote markten) uit om hun patenten in te laten gelden. Dus de beschreven vindingen van deze patenten kun je vrij in Nederland toepassen. En dat is natuurlijk het geval in elk land waar een bepaald patent niet geldig is (dat zou bijvoorbeeld ook heel goed België kunnen zijn).

Bestond het idee al? De inkeping in het beschuitje en het patent

bolletje beschuit met gepatenteerde inkeping De oorspronkelijke uitvinder van de inkeping in het beschuitje en de firma Bolletje hebben elkaar verschillende keren voor de rechtbank ontmoet. Het ging er om wie het idee had bedacht. Uiteindelijk heeft dit tot een licentieovereenkomst geleid.