Technoventure

Uitvinding in Bedrijf

Subsidie aanvragen voor innovatie: kies een subsidie
die past bij jouw technology readiness level

De diverse internationale, nationale en regionale overheden kennen letterlijk vele tientallen subsidies die als doelstelling hebben de innovatie in het bedrijfsleven te bevorderen. Daardoor kun je, als tech startup met een veelbelovende technologie in ontwikkeling, er een aardige uitdaging aan hebben om een subsidieprogramma te selecteren dat goed bij je project past. In een andere pagina over de voorbereiding op het aanvragen van een innovatie subsidie gaven we al aan dat er voor iedere subsidie een aantal voorwaarden gesteld worden om ervoor in aanmerking te komen. Daarin wordt nog niet de Technology Readiness Level (TRL) genoemd. TRL wordt steeds vaker gebruikt als selectiecriterium om technologie van een bepaald ontwikkelingsniveau te ondersteunen. Selectie van projecten die in aanmerking komen voor subsidie door ook te kijken naar het TRL-niveau is voortgekomen uit de Europese subsidieprogramma's maar nu maken ook steeds meer nationale en regionale subsidieprogramma's er graag gebruik van.

Technology Readiness Levels beschrijven de fases in een technologieontwikkeling

Elk technologisch innovatief product begint met een goed idee en wanneer de ontwikkeling ervan ter hand wordt genomen doorloopt deze elke keer een aantal vergelijkbare fases. Deze fases worden TRL's genoemd en ze worden genummerd van 1 tot en met 9. Wanneer de ontwikkeling van een innovatieve technologie begint met het idee en deze uiteindelijk de markt bereikt, heeft het alle negen fases doorlopen. Bepaalde subsidieprogramma's hebben tegenwoordig als criterium dat een project waarvoor subsidie wordt gevraagd zich in een bepaalde TRL-fase moet bevinden. Er worden, bijvoorbeeld, alleen projecten ondersteund die zich in de fases 5 tot 7 bevinden.

Hieronder volgt een beschrijving van de negen TRL fases:

TRL 1: Het idee is geboren en er wordt onderzoek gedaan naar de mechanismen die er aan ten grondslag liggen en hoe deze beïnvloed worden door verschillende factoren. Hieronder valt typisch het fundamenteel onderzoek en literatuuronderzoek. Er wordt bijvoorbeeld gedacht aan een sensor die wordt ontwikkeld voor medische diagnostiek met behulp van een druppel bloed. In deze fase worden dan de principes onderzocht die ten grondslag liggen aan de sensor. Welke factoren zijn van invloed op het systeem en als we het systeem begrijpen, kunnen we voorspellen wat het gevolg is van bepaalde veranderingen?

TRL 2: Na het fundamentele onderzoek wordt de toepassing geformuleerd en welk technologisch concept daaraan ten grondslag ligt. Natuurlijk vindt er nog een hoop onderzoek plaats in deze fase. Voor de diagnose van welke ziekte gaat de sensor gebruikt worden en hoe wordt deze dan gebruikt in welke omgeving? Het onderzoek richt zich dan op vragen als: "zou het systeem wel gevoelig genoeg kunnen meten om voor deze toepassing te kunnen gebruiken?" En reageert het systeem wel snel genoeg op veranderingen om in deze toepassing te worden gebruikt?

TRL 3: Er wordt in het laboratorium onderzocht of de afzonderlijke componenten, wanneer ze zouden worden samengebracht in een systeem, de toepassing nog steeds mogelijk maken. Dit wordt experimenteel proof of concept genoemd. Als de sensor bijvoorbeeld heel gevoelig moet zijn kan dan de beoogde elektronica die het signaal moet omzetten in een getal (de gemeten waarde) wel met zulke zwakke signalen omgaan?

TRL 4: Alle componenten worden ontworpen, gemaakt, getest en samengevoegd tot een laboratoriummodel. Daarna wordt in het lab getest of er proof of concept kan worden verkregen. In plaats van een druppel bloed wordt er bijvoorbeeld getest met oplossingen van de te meten stof. Voor alle duidelijkheid: het laboratoriummodel lijkt nog in niets op het uiteindelijke product.

TRL 5: In deze fase wordt er een echt prototype ontwikkeld dat al begint te lijken op een product. Het concept wordt dan getest in een relevante omgeving. Hier begint het ook serieus geld te kosten. Het systeem wordt dan getest met bijvoorbeeld druppels bloed van gezonde proefpersonen. Hier blijkt ook of het product wel functioneel is en of er gemakkelijk mee te werken valt. Wat vindt de gebruiker ervan? Welke kinderziektes worden er nog gevonden?

TRL 6: Daarna wordt het prototype getest in een operationele omgeving. Dit geeft inzicht in de werking van het systeem in de omgeving waar het later ook zal worden toegepast. Het prototype wordt in een klinische trial getest met "echte" patiënten.

TRL 7: In deze fase wordt het innovatieve product getest in de praktijkomgeving. Het systeem wordt gedurende langere tijd ingezet in de dagelijkse diagnostiek in een kliniek. Dit levert ook weer nieuwe inzichten op voor het definitieve gebruik en hoe het apparaat het beste kan worden toegepast.

TRL 8: Nu de technische werking uitgebreid is getest krijgt het concept zijn definitieve vorm. Hierbij wordt rekening gehouden met de eisen die massaproductie stelt aan het ontwerp. Een prototype is bijvoorbeeld met de hand in elkaar geschroefd. Productie op grote schaal aan de lopende band door robots stelt heel andere eisen aan het ontwerp. Tevens wordt gezorgd voor de benodigde certificering.

TRL 9: De techniek klopt, de toepassing is duidelijk en het product is rijp voor marktintroductie. Nu alleen nog onder de aandacht brengen bij de gewenste doelgroep.